Terug naar het overzicht
Waterlootanden

Waterlootanden

Om een compleet nieuw kunstgebit te krijgen werden er vroeger tanden en kiezen van gesneuvelde militairen gebruikt. Deze gebitten worden daarom ook wel 'Waterlootanden' genoemd.

De eerste volledige kunstgebitten, voor het eerst beschreven in Japan rond 1500, werden geheel uit hout vervaardigd. Later werd het gebruik van houten gebitten gemeengoed. Als duurzamer variant van hout kon de basis van een kunstgebit ook gemaakt worden van ivoor voor olifanten, walrussen of nijlpaarden, of been. Een nadeel van deze materialen, inclusief hout, was dat het gebit op termijn door rotting ging stinken, verkleuren en vies smaken.

Gezien de hoge kostprijs konden alleen welgestelden zich een dergelijke prothese veroorloven. Tegen een behoorlijke meerprijs was het zelfs mogelijk humane tanden in ivoor te laten vastzetten. Bij voorkeur werd daarvoor een compleet of gaaf gebit gebruikt. Omdat dit alleen verkregen kon worden door het uittrekken van alle tanden en kiezen van een jongeman, werden daarvoor gebitten gebruikt van gesneuvelde militairen op het slagveld.

Sinds de slag bij Waterloo werden deze kunstgebitten 'Waterlootanden' genoemd. Hoewel deze prothese slecht pasten en nauwelijks bleven zitten, werden ze met trots gedragen. Ze dienden puur een esthetisch doel en waren een echt hebbedingetje. Een stoffelijk bewijs van deze tandheelkundige praktijk is te vinden in onze collectie.