Terug naar het overzicht
universiteit 1 universiteit 2 universiteit 3 universiteit 4 universiteit 5
Universiteit

Universiteit

Elk jaar op 26 maart vieren we de verjaardag van de Universiteit Utrecht, de Dies Natalis. Met slechts enkele studenten, faculteiten en hoogleraren ging de Universiteit Utrecht in 1636 van start en groeide uit tot één van grootste universiteiten van Nederland. Een stukje geschiedenis:

Van school naar academie
In maart 1636 werd de Utrechtse Illustere School verheven tot academie en was het ontstaan van de Universiteit Utrecht een feit. Er bestonden vier faculteiten: een voorbereidende filosofische faculteit en drie hoofdfaculteiten Theologie, Rechten en Geneeskunde. Er waren zeven hoogleraren aan deze jonge universiteit verbonden.

Degradatie
De universiteit groeide geleidelijk met periodes van bloei en tijden van stagnatie. Een bijzonder precaire situatie voor de universiteit was de degradatie tot école secondaire door Napoleon in 1811. Gelukkig gaf koning Willem I na 1814 de universiteit haar oude status terug. Hierna veranderde het universiteitsonderwijs in rap tempo. Burgers drongen door tot deze geleerde elitewereld. De overheid kreeg met wetgeving meer grip op de universiteit en het aantal vakgebieden met specialistische kennis breidde zich uit.

Bloeiperiode
Een opvallende bloeiperiode was de periode van 1850 tot ongeveer 1880, toen de Universiteit Utrecht het centrum van de natuurwetenschappen in Nederland was. Deze ‘Utrechtse school’ van Franciscus Donders, Gerard Mulder, Christophorus Buys Ballot en Pieter Harting zorgde voor een herwaardering van de natuurwetenschappen met nadruk op empirie, moderne instrumenten, laboratoriumonderzoek en maatschappelijke betrokkenheid.

Anatomisch theater
De universiteit begon in 1636 in het kapittelhuis bij de Dom. Het huidige Academiegebouw is rond 1890 aan de oorspronkelijke aula van het kapittelhuis gebouwd. Diverse gebouwen in de stad herbergden een deel van de universiteitsbibliotheek. Maar ook een anatomisch theater en een hortus botanicus behoorden vanaf de oprichting tot de universiteit.

Moderne laboratoria
In de negentiende eeuw ontstonden moderne laboratoria. Er verscheen toen ook een academisch ziekenhuis, een zoölogisch museum en zalen met anatomische kabinetten beheerd door custodes als Petrus Koning en Toers Diesbergen Schubaert. De Rijksveeartsenijschool bezette in 1821 voor de nieuwe veeartsen in opleiding een eigen terrein aan de Grift net buiten de stad. En in Baarn stond ongeveer vanaf 1920 het laboratorium voor plantenziektes en schimmelcultures.

Uitbreiding
Met uitbreiding van de universiteit in de twintigste eeuw werd op een plek net buiten de stad de noodzakelijke ruimte voor de massale toestroom van studenten van de twintigste eeuw gevonden in de Uithof.