Terug naar het overzicht
Prepareerloep van Went

Prepareerloep van Went

Een bijzondere prepareermicroscoop in onze collectie.


Professor Kollöffel

In september 2016 werd ons door de heer en mevrouw Kollöffel een bijzondere prepareermicroscoop aangeboden. Professor C. Kollöffel, emeritus hoogleraar plantenfysiologie aan de Universiteit Utrecht, had zich in de jaren negentig over deze kleine microscoop uit het Botanisch Laboratorium ontfermd toen het lab van de Lange Nieuwstraat naar de Uithof verhuisde. Deze microscoop is om twee redenen een prachtige aanvulling op de collectie.

Prof F.A.F.C. (Frits) Went
Op een plakkertje op het kistje staat "botanisch laboratorium - prepareermicroscoop professor Went”, wat de microscoop al direct bijzonder maakt. Prof F.A.F.C. (Frits) Went (1863-1935) was van 1896 tot 1933 hoogleraar in de plantkunde aan de Universiteit Utrecht. Hij was een toonaangevende plantkundige, onder wiens leiding baanbrekend onderzoek is verricht aan de groei van planten. Daarnaast was hij de initiator van het Centraal Bureau voor Schimmelcultures en speelde hij een belangrijke rol in de oprichting van TNO. Er is helaas weinig bewaard gebleven van het instrumentarium waarmee Went en de onderzoekers in zijn laboratorium hebben gewerkt. Dit microscoopje is daarom een prachtige aanwinst.Daarnaast is het ook een waardevolle toevoeging aan de collectie historische microscopie, aangezien een dergelijk type prepareermicroscoop nog niet in de verzameling aanwezig was.

Van de bekende fabrikant Carl Zeiss
De kleine microscoop is van het merk Carl Zeiss uit Jena en gebouwd volgens het eenvoudige model van de allereerste microscoop van deze bekende fabrikant uit 1848. Hij wordt bewaard in een handzaam mahoniehouten kistje en moet voor gebruik op het deksel vastgeschroefd worden. Microscoop en kistje zijn samen 18 cm. hoog, het microscoopje zelf is 10 cm. Voor de vergroting is er een los doublet (twee op elkaar te schroeven lenzen) met een vergroting van 15 maal, dat los in een draaibare houder gelegd moet worden. Die wordt boven de objecttafel waarop het onderzoeksmateriaal ligt van de microscoop gedraaid. Afgaande op de verkoopcatalogi van Carl Zeiss werd de microscoop met drie of vier doubletten geleverd met 15-30-60-120 maal vergroting, maar andere doubletten zijn niet (meer) aanwezig. Scherpstelling gebeurt eenvoudig door de lenshouder naar boven of naar beneden te schuiven. Voor de fijnafstelling is er een stelknopje waarmee de hoogte van de objecttafel kan worden aangepast. Via een hol spiegeltje wordt het onderzoeksobject verlicht. Een condensorlens die de lichtbundel van spiegel op het object concentreert, zou aanwezig moeten zijn, maar ontbreekt helaas. De microscoop is gesigneerd met BL (van Botanisch Laboratorium) 260. Het door Zeiss gegeven serienummer is 5025.

5025
Met behulp van het serienummer is het een en ander over de geschiedenis van het microscoopje boven water gekomen.  Dr. Wolfgang Wimmer, hoofdarchivaris van het Zeissarchief heeft op verzoek de leveringsboeken erop nageslagen. Nummer 5025 is op 19 april 1883 geleverd aan een tentoonstelling in Amsterdam. Het is zeer waarschijnlijk dat daarmee de Wereldtentoonstelling, die van 1 mei tot 1 oktober in Amsterdam werd gehouden, wordt bedoeld. Het is niet bekend of de firma Zeiss daar met een eigen presentatie van hun instrumentarium aanwezig was, waar de microscoop onderdeel van uitmaakte. Frits Went was toen een jonge Amsterdamse student van 20 jaar. Op de een of andere manier is het microscoopje in zijn bezit gekomen.

Nu is het microscoopje weer terug op de plek waar het lange tijd door Went gebruikt werd, het Botanisch Laboratorium aan de Lange Nieuwstraat, maar nu in de collectie van het Universiteitsmuseum.

Door Paul Lambers