Terug naar het overzicht
Fotografie in 1925 De ontwikkeling van de reproductiecamera

Fotografie in 1925

Tegenwoordig zijn we gewend om foto’s te maken in een handomdraai. Dat ging een eeuw geleden wel anders! Ver voor de ontwikkeling van digitale fotografie maakten mensen gebruik van de reproductiecamera om belangrijke momenten om hen heen vast te leggen.

Fotografie is in ons dagelijks leven niet weg te denken. Vandaag de dag wordt het voor veel uiteenlopende doelen ingezet, van kunstvorm tot het maken van vakantiefoto's. In de beginjaren bood de fotografie nieuwe mogelijkheden voor onderzoek en was daardoor erg populair bij wetenschappers. Deze nieuwe uitvinding gaf de mogelijkheid kennis te delen en vast te leggen in beeld. De reproductiecamera was hiervoor zeer geschikt, omdat deze het mogelijk maakte herdrukken van reeds genomen foto’s te maken.

Het grote model dat je hierboven ziet werd gebruikt door de faculteit Aardwetenschappen aan de Universiteit Utrecht. De fotocamera werd daar gebruikt om onder andere landschappen vast te leggen voor nader onderzoek. Bijzonder aan de reproductiecamera uit omstreeks 1925 is dat bij het gebruik van de camera glazen negatieven werden toegepast, terwijl de flexibele filmrol al was uitgevonden in 1889. De reden voor deze keuze was dat glazen platen veel nauwkeurig waren in opnemen van details. Ook verkleurden of vervaagden de negatieven niet na verloop van tijd. Hierdoor bleven ze voor lange tijd geschikt voor herdrukken en kunnen wij nu nog steeds leren van foto’s uit de vorige eeuw.

Fotografie2

Om een glazen plaat als negatief te kunnen gebruiken, werd deze eerst overgoten met een chemisch mengsel. Dit mengsel bestond onder andere uit huishoudgelatine als bindmiddel. Dit was een belangrijk onderdeel omdat de gelatine de mogelijkheid gaf de platen langer te bewaren; voorheen moesten fotografen namelijk in een korte tijd hun platen klaarmaken in donkere ruimtes. Dit had zelfs zo’n haast dat reizende fotografen vaak hun voertuigen ombouwden tot mobiele donkere kamers. In 1871 kwam fotograaf en wetenschapper Richard Maddox er achter dat door het gebruik van gelatine de chemicaliën minder snel opdroogden. Het was belangrijk dat de chemicaliën bleven zitten omdat deze een glazen plaat lichtgevoelig maakten. Hier komt dan ook de uitspraak ‘iemand op de gevoelige plaat vastleggen’ vandaan.

Vervolgens werd de lichtgevoelige plaat in een cassette gezet en in een camera geplaatst. Doordat er enkel licht door de cameralens naar binnen kwam, kon de glazen plaat met het mengsel een beeld in zich opnemen. In een donkere kamer werd de plaat uit de houder gehaald en met een ontwikkelingsvloeistof en vernis bewerkt. Het negatief was dan klaar voor gebruik. Om een foto te maken van het negatief, werd afdrukpapier eerst geweekt in eiwit. Nadat deze gedroogd was, werd het papier in een houder met het negatief vastgeklemd. Blootgesteld aan zonlicht, verscheen er dan een fotoafdruk op het papier.

Het proces van een foto maken en afdrukken was in de jaren '20 geen eitje. Het nam veel tijd in beslag en de kans dat een foto mislukte was groot. Toch weerhield het mensen er niet van om foto’s van de wereld om hen heen te maken en met de mogelijkheden van de reproductiecamera zelfs op grote schaal te delen, een handeling die tegenwoordig ook in grote mate gebeurt. De fotografie is qua techniek sterk ontwikkeld, maar haar doel blijft hetzelfde; ervaringen delen! 

 

Gebruikte bronnen:
- "Levy Process Camera." Libraryofcongress.com Library of Congress Prints and Photographs Division Washington. 
- Mees, C. E. Kenneth. From Dry Plates to Ektachrome Film; a Story of Photographic Research. New York: Ziff-Davis Pub., 1961. Web.
- Scholer Pedersen, Mark. "The Silver Gelatin Dry Plate Process." Alternativephotography.com. Gepubliceerd op 20 februari 2010