Zoekresultaten

Melophone

Melophone

Instrument bestaande uit een dubbele, gelakte, ahorn¬houten kast in de vorm van een gitaar, met inlegwerk van ebbenhout. Aan de korte zij¬kanten zijn twee sikkelvor¬mige gaten uitgesneden. Het bovenblad van het deksel is van vurenhout, waarin twee f-gaten zijn uitgesneden, aan de achterzijde met gaas afge¬plakt. De zijwand van het deksel is doorbroken met een snoer van horizontaal lig¬gende c-gaten, aan de achter¬zijde met gaas afgeplakt. De korte hals is zwartgelakt en heeft een brede krul. Op de hals bevinden zich 84 meta¬len knoppen. Met behulp van de trekschuif rechts opzij wordt lucht in het onderste gedeelte van het instrument gepompt (een blaasbalg met twee ventielen) waardoor de wind in het bovenste deel van de kast komt, de windlade. Daarin bevindt zich een doorslaand tongwerk, dat via de knopjes op de hals wordt bediend. Bij het drukken op een knop wordt via een dun metalen draadje een klep geopend waardoor de lucht langs een tong kan ontsnappen. De zeven rijen metalen knoppen leveren van links naar rechts telkens één oktaaf chromatisch. De onderste rij begint op B, de volgende rijen telkens een kwint hoger. De totale omvang reikt van B tot e’’’’. Doordat deze reeksen elkaar gedeeltelijk overlappen komt bijna elke toon tweemaal voor. Door een metalen hendel onder de hals in te drukken worden de tonen vanaf a’ in het lagere oktaaf verdubbeld. De melophone is in 1837 uitgevonden door de horlogemaker Leclerc die het aanvankelijk alleen door A. Brown liet fabriceren en in 1842 lincenties verstrekte aan onder meer Debain, de latere ontwikkelaar van het harmonium. Het instrument werd voornamelijk door dames bespeeld. Op de binnenkant van het deksel is geschreven: A. Brown / FABc.Bté / Rue des Fofses du Temple / No 20 a Paris. Tweemaal het brandstempel A. Brown / No 102. / Paris en twee afbeeldingen van de zilveren médaille van de tentoonstelling in 1839. Het brandstempel staat tevens op de bovenkant van het instrument. De handgeschreven tekst staat tevens gegraveerd op de hals. Parijs (Frankrijk), circa 1840-1850. Lengte zonder schuif 75,5 cm, maximale breedte 30 cm, hoogte 21 cm. Schenking Minnaert 1963.