Kaki Ginkgo Biloba Ginkgo blaadjes Victoria Amazonica Vaantjesboom

Bijzondere planten en bomen

De Ginkgo biloba, de Pindakaasboom en de Victoria Longwood. Zomaar een greep uit de bijzondere planten en bomen in de Oude Hortus. Ze hebben niet alleen vreemde namen of een bijzonder uiterlijk, vele bomen hebben ook bijzondere eigenschappen.

Ginkgo biloba
Er staan twee Ginkgo biloba’s, de jongste is ongeveer 150 jaar oud, de oudste is ruim 250 jaar. Het zou één van de oudste ginkgo’s buiten Japan zijn. De Ginkgo biloba in de Oude Hortus is een mannelijk exemplaar. Halverwege de stam zit een vrouwelijke tak, die waarschijnlijk in de 19e eeuw op de stam is geënt. In het najaar verkleuren de bladeren van de vrouwelijke tak ongeveer twee weken later. Een heel bijzonder gezicht.

Victoria Longwood
De Victoria Longwood behoort tot de grootste waterlelies ter wereld. De lelie is een kruising tussen de Victoria Amazonica en de Victoria Cruziana. De bladeren van deze lelie kunnen een doorsnede hebben van wel 1,5 meter. De bladeren zijn groen/brons met een donkerrode opstaande rand en zijn zo sterk dat ze een klein kind kunnen dragen. De Victoria bloeit ’s nachts. De bloemen zijn roomwit met licht afgeronde bloemblaadjes de eerste nacht en roze de tweede nacht. Voordat de witte bloem zich opent, ruik je een sterke ananasgeur waar nachtkevers op af komen. Overdag sluit de bloem en worden de kevers opgesloten en bedekt met stuifmeel. De tweede nacht opent de lelie zich weer en laat de kevers vrij om een volgende bloem te bestuiven. De dag na de bloei is de bloem nog goed te zien, eerst nog wit en al snel kleurt de bloem roze en verdwijnt langzaam onder water.

Kaki
In 1951 zagen tuinvrijwilligers Dick en Wiene Alma de Kaki (Diospyros kaki) tijdens een fietstocht van Lugano naar Venetië. De opvallende oranje vruchten trokken hun aandacht en ze kochten een aantal vruchten op de plaatselijke markt. De pitten werden meegenomen naar Utrecht waar ze verdwenen in een bloempot. Een jaar later bleek daar een kakiboom uit gekomen te zijn. De boom schittert nog steeds in de Oude Hortus. 

Kweepeer
De Kweepeer, of Cydonia oblonga is vrij zeldzaam in Nederland. In het voorjaar bloeit de boom volop, elk najaar draagt hij veel vruchten. De zoete geur verspreidt zich dan ook subtiel door de tuin. De gelige kweeperen zijn te hard om rauw te eten, maar zijn heerlijk om jam of gelei van te maken.

Kiespijnboom
De Kiespijnboom, of Zanthoxylum americanum, heeft zijn naam te danken aan de opvallende uitgroeisels op de stam en de takken: met een beetje fantasie zijn dit net kiezen. Volgens oude verhalen kauwden indianen op de bast om kiespijn en andere klachten te verdrijven.

Pindakaasboom
Deze boom (Clerodendrum trichotomum) heeft zijn grappige naam te danken aan zijn geur. Als je de bladeren tegen elkaar wrijft, ruiken deze naar pindakaas. De bloei is pas laat in augustus of september. De witte bloemen ruiken overigens niet naar pindakaas, maar zoet naar oranjebloesem. Daarna verschijnen er felblauwe bessen in een sierlijk roze kransje.

Venijnboom
De venijnboom, of Taxus baccata, is van oudsher een veelvoorkomende soort in Nederlandse tuinen en parken. Dit exemplaar staat al minstens 150 jaar op deze plek. En zijn naam zegt het al: zo’n beetje alles aan deze boom is giftig. Toch wordt er uit de naalden van deze boom de stof Taxol gewonnen, een bestanddeel dat de basis vormt voor een geneesmiddel tegen kanker.

Vijg
De subtropische vijg staat op één van de warmste plekken in de Regiustuin. Vanwege de geneeskrachtige werking heeft deze boom een plek in Hortus en hoort eigenlijk in het bed met laxerende kruiden. De vijg draagt jaarlijks veel vruchten, maar de Nederlandse zon geeft vaak niet voldoende warmte om ze echt te laten rijpen.

Vaantjesboom 
Of Davidia involucrata, lijkt eind mei, begin juni vol te hangen met witte zakdoekjes. Als je goed kijkt zie je dat de vaantjes schutbladeren zijn waarbinnen kleine bloemetjes zitten. Deze groeien uit tot vruchten van 4-5 cm die een groot deel van de winter aan de kale boom blijven hangen.

Tasmaanse of Australische boomvaren
De Tasmaanse of Australische boomvaren (Dicksonia antarctica) hoort bij de boomvarens, die hun hoogtepunt 300 miljoen jaar geleden in de moerassen van het Carboon hadden. Het lijkt een boom, maar is het niet. Wat we voor de stam aanzien, bestaat uit afgestorven bladstengels. De buitenste bladeren sterven ieder jaar af en de nieuwe bladeren ontstaan boven de oude.