Terug naar het overzicht
1 2 3

Zoönosen

Van dier naar mens: de historische omgang met door mens en dier gedeelde infectieziekten

De collectie Diergeneeskunde van het Universiteitsmuseum Utrecht bevat een aantal objecten en foto’s met betrekking tot tuberculose. In deze diergeneeskundige context gaat het niet over tuberculose bij mensen, maar tuberculose bij dieren: koeien. Toch hebben ook mensen veel met deze veterinaire objecten te maken, al is dat er niet aan af te zien. Vanaf het einde van de negentiende eeuw ging een aantal Nederlandse dierenartsen zich zorgen maken over het gevaar van rundertuberculose voor de humane gezondheid, in het voetspoor van buitenlandse bacteriologen. Veterinairen zoals Dirk Aart de Jong (1863-1925) waren fervente vroege pleitbezorgers van het idee dat tuberculosebacteriën in koeien een gevaar vormden voor de menselijke gezondheid, omdat ze via hun vlees en melk mensen konden besmetten. Vanaf de jaren 1920 in Friesland en in de jaren 1950 in de rest van het land werden koeien stelselmatig getest op tuberculose met behulp van ‘sputumvangers’ en ‘tuberculine-injecties’. Als ze als potentiële besmettingsbron voor de mens werden aangemerkt, gingen ze naar de slacht.

Zoönosen
(Runder)tuberculose is een voorbeeld van een infectieziekte die door mensen en dieren gedeeld wordt. Dit soort ziektes wordt ook wel zoönosen genoemd. Ze liggen overal op de loer, zoals wetenschapsjournalist David Quammen spannend beschrijft in zijn bestseller Spillover: animal infections and the next human pandemic uit 2012 (vertaald als: Van dier naar mens). Quammen bespreekt ook een Nederlands voorbeeld van een onverwachte uitbraak van een zoönose: de Q-koorts epidemie, die in 2007-2010 in Nederland woedde onder geiten én onder mensen die in de buurt van die geiten woonden. In de publieke evaluatie van het beleid rond deze uitbraak was veel kritiek te horen, met name op het gebrek aan samenwerking tussen de veterinaire  en medische disciplines, en de betrokken ministeries van landbouw en volksgezondheid.

Maatschappelijke problemen
In een promotieproject bestudeert wetenschapshistorica Floor Haalboom de historische wortels van de problemen die optreden bij de omgang met zoönosen zoals Q-koorts en rundertuberculose. Dit zijn ziektes die zich niets aantrekken van maatschappelijk getrokken grenzen tussen mensen en dieren, of tussen geneeskunde en diergeneeskunde, of tussen volksgezondheid en landbouw. Verschillende sociale groepen en overheidsinstellingen werden en worden in Nederland met zoönosen geconfronteerd. Dit zijn bijvoorbeeld dierenartsen en artsen in verschillende onderzoeksinstellingen, boeren, de politiek en overheidsinstellingen betrokken bij beleid voor landbouw en volksgezondheid. Hoe zag men elkaar en zichzelf in de omgang met zoönosen? Hoe werkte men samen? Waar ruziede men over en waarom? Dit zijn vragen die Haalboom wil beantwoorden door te kijken naar vier belangrijke zoönosen uit de twintigste eeuw.

Vier belangrijke zoönosen uit de twintigste eeuw
De te onderzoeken periode begint met Dirk Aart de Jong en zijn collega’s, die rundertuberculose met humane tuberculose gingen associëren vanaf het einde van de 19e eeuw. Haalboom eindigt haar studie in de late  20e eeuw, toen BSE, beter bekend als ‘gekke koeienziekte’, voor veel deining zorgde. In de decennia daartussen waren diereninfluenza en salmonellosen (darmziektes veroorzaakt door de welbekende Salmonellabacteriën) bij landbouwhuisdieren ziektes die veel stof deden opwaaien bij sommige maatschappelijke groeperingen, maar juist genegeerd of gebagatelliseerd werden door andere. De dierenartsen die rundertuberculose te lijf wilden gaan met de sputumvangers en tuberculinespuiten uit de museumcollectie, stuitten hierbij op maatschappelijke problemen, zoals verzet van veehouders en desinteresse vanuit medische hoek. Dit soort problemen bestaan tot op de dag van vandaag, al zijn de infectieziekten waar we mee te maken hebben veranderd.

Auteur
Floor Haalboom, promovenda bij het Descartes Centrum voor wetenschapsgeschiedenis van de Universiteit Utrecht en het Julius Centrum voor Gezondheidswetenschappen en Eerstelijns Geneeskunde van het UMC Utrecht.

 

Gerelateerde objecten