Zoekresultaten

Gitaar

Gitaar

Dit instrument doet denken aan een Zuid-Slavische tamburica. Het is gemaakt van een Duitse gitaar waarop een nieuwe hals is gezet en waarvan het klankgat is verkleind. Het bovenste deel van het vurenhouten voorblad is gefineerd met notenhout. Het onderste deel van het voorblad heeft een brede randinleg, evenals het originele klankgat. Het achterblad is van esdoorn, dosse gezaagd, en is licht gewelfd. De zijkant is van esdoorn. De hals van esdoorn loopt uit in een saz-schroevenhouder, met vier voorstandige vioolstemschroeven van gebeitst perenhout met paarlemoer inleg. Er zijn zeventien messing fretten, waarvan er zich twee op het voorblad bevinden. Twee sets dubbelkorige snaren zijn aan de onderzijde van het instrument met twee metalen pinnetjes in de kast bevestigd. De zadelknop, gedeeltelijk afgebroken, is van beukenhout. Stemming: c – c – g – g. De originele kam is vervangen; de gesneden moustacheversieringen met bladmotief zijn nog aanwezig. De lak van de zijwanden en het achterblad is roodbruin. Herkomst Duitsland, gekocht te Wenen (Oostenrijk) in 1908. Lengte 102 cm, mensuur 76,5 cm, bovenbreedte 23 cm, middenbreedte 16 cm, onderbreedte 29,5 cm, diepte 8 cm. Schenking Minnaert 1963.